
Monofilament hechtdraad bestaat uit één enkele draad; gevlochten hechtdraad uit meerdere vezels. Het verschil bepaalt het infectierisico, de hanteerbaarheid en de knoopvastheid. Lees wanneer u welk type kiest.
De structuur van hechtdraad — monofilament of gevlochten — heeft directe invloed op het infectierisico, de weefselreactie, de hanteerbaarheid en de knoopvastheid. Kennis van dit onderscheid is essentieel voor elke professional die hechtingen plaatst.
Monofilament draad bestaat uit één enkele, ononderbroken vezel. De gladde oppervlakte biedt minder aanhechtingspunten voor bacteriën en glijdt soepel door weefsel.
Gevlochten (multifilament) draad bestaat uit meerdere vezels die samen zijn gevlochten of gedraaid. Dit geeft meer flexibiliteit en betere knoopvastheid, maar de structuur kan bacteriën vasthouden.
| Kenmerk | Monofilament | Gevlochten |
|---|---|---|
| Infectierisico | Laag | Hoger (wick-effect) |
| Weefselreactie | Minimaal | Matig |
| Knoopvastheid | Minder — extra knopen nodig | Uitstekend |
| Geheugeneffect | Ja — springt terug | Nee — soepel |
| Hanteerbaarheid | Vraagt oefening | Intuïtief, soepel |
| Gebruik bij geïnfecteerd weefsel | Voorkeur | Vermijden |
| Gebruik bij mucosa / inwendig | Geschikt | Geschikt (gecoat) |
Disclaimer: De informatie op deze pagina is bedoeld voor medische professionals en zorgverleners. Deze inhoud vervangt geen medisch advies, klinische richtlijnen of productdocumentatie van de fabrikant. Raadpleeg altijd de bijsluiter en geldende protocollen van uw instelling. Klinimed is niet aansprakelijk voor onjuist gebruik van de beschreven producten of technieken.