Home » Blog » Veel voorkomende complicaties bij blaaskatheters

Veel voorkomende complicaties bij blaaskatheters

Door: Team Klinimed2025-05-18 17:34:06

Blaaskatheters zijn onmisbaar in de zorg, maar brengen aanzienlijke complicatierisico's met zich mee. Katheter-geassocieerde urineweginfecties (CAUTI) zijn de meest voorkomende zorginfectie en verantwoordelijk voor 15-25% van alle nosocomiale infecties. Daarnaast zie je regelmatig mechanische complicaties zoals obstructie, lekkage, urethratrauma en ballonruptuur.

De meeste complicaties zijn vermijdbaar door strikte aseptische techniek, correcte indicatiestelling en tijdige katheterverwijdering. In deze blog bespreken we de acht meest voorkomende complicaties bij blaaskatheters en geven we concrete handvatten voor preventie en management in de dagelijkse praktijk.

katheters en urineweginfecties 

Wat zijn de meest voorkomende complicaties bij blaaskatheters?

De meest voorkomende complicaties bij blaaskatheters zijn katheter-geassocieerde urineweginfecties (CAUTI), urethratrauma, katheterobstructie door stolsels of encrustatie, lekkage naast de katheter, ballonruptuur, blaasspasmes en urethrastricturen. CAUTI is de meest frequente complicatie en ontstaat door ascenderende bacteriële kolonisatie via het katheter-urethra interface. Preventie vereist strikte aseptische techniek, gesloten drainage-systeem en tijdige katheterverwijdering zodra de indicatie vervalt.

1. Katheter-geassocieerde urineweginfecties (CAUTI)

Oorzaak en risicofactoren

CAUTI ontstaat door ascenderende bacteriële kolonisatie langs de buitenzijde van de katheter of via het lumen bij opening van het drainage-systeem. Het risico neemt toe met 3-7% per dag dat de katheter in situ blijft. Belangrijkste risicofactoren zijn langdurige katheterisatie (>5 dagen), vrouwelijk geslacht, diabetes mellitus, hoge leeftijd, verminderde immuniteit en doorbreking van het gesloten drainage-systeem.

Herkenning en symptomen

Bij gekatheteriseerde patiënten zijn klassieke symptomen van urineweginfectie vaak afwezig. Let op koorts >38°C zonder andere focus, nieuwe verwardheid bij ouderen, suprapubische pijn, troebele of sterk geurende urine, en hematurie. Asymptomatische bacteriurie komt voor bij 100% van de patiënten na 30 dagen katheterisatie en vereist geen behandeling tenzij er symptomen optreden.

Preventie

  • Stel dagelijks de vraag: is de katheter nog geïndiceerd? Verwijder zodra mogelijk
  • Gebruik strikte aseptische techniek bij inbrengen met steriele handschoenen en desinfectie van de meatus
  • Handhaaf een gesloten drainage-systeem; open het systeem alleen bij absolute noodzaak
  • Plaats de opvangzak altijd onder blaasniveau om reflux te voorkomen
  • Voer dagelijkse meatushygiëne uit met water en zeep; gebruik geen antiseptica routinematig
  • Gebruik geen antibiotische profylaxe; dit verhoogt resistentie zonder bewezen voordeel
  • Overweeg intermitterende katheterisatie als alternatief voor verblijfskatheter waar mogelijk

2. Katheterobstructie door stolsels of encrustatie

Oorzaak en mechanisme

Obstructie ontstaat door bloedstolsels na urogenitale chirurgie of hematurie, of door encrustatie met mineraalafzettingen (calciumfosfaat, magnesiumammoniumfosfaat) bij langdurige katheterisatie. Urease-producerende bacteriën zoals Proteus mirabilis alkaliseren de urine en versnellen kristalvorming. Obstructie leidt tot verminderde drainage, blaasoverdistensie en risico op urosepsis.

Herkenning

Verminderde of afwezige urineproductie in de opvangzak, suprapubische zwelling en pijn, lekkage naast de katheter, en onrust bij de patiënt. Bij volledige obstructie zie je geen urineflow ondanks adequate hydratatie. Palpeer de blaas suprapubisch om overdistensie te bevestigen.

Preventie en management

  • Gebruik bij hematurie of na prostaatchirurgie een 3-weg katheter CH 20-24 voor continue blaasspoeling
  • Zorg voor adequate hydratatie (1,5-2 liter/dag) om urine te verdunnen en kristalvorming te vertragen
  • Wissel siliconen katheters tijdig (elke 8-12 weken) om encrustatie te voorkomen
  • Bij obstructie: spoel de katheter voorzichtig met 30-50 ml fysiologisch zout met een 50 ml spuit
  • Bij persisterende obstructie: verwijder de katheter en breng een nieuwe in met grotere diameter
  • Behandel urineweginfecties met urease-producerende bacteriën om encrustatie te verminderen

3. Urethratrauma en bloeding

Oorzaak

Urethratrauma ontstaat door geforceerde katheterinbreng bij anatomische obstructie (prostaathypertrofie, urethrastrictuur), te grote katheterdiameter, onvoldoende lubricatie, of vullen van de ballon in de urethra in plaats van in de blaas. Langdurige katheterisatie kan druklaesies veroorzaken aan de urethra of blaaswand.

Herkenning

Bloedverlies via de meatus of in de urine tijdens of direct na katheterinbreng, pijn bij inbrengen, weerstand tijdens passage, en bloeding naast de katheter. Bij ernstig trauma zie je hematurie, urethrale zwelling of vorming van een vals traject (false passage).

Preventie

  • Gebruik voldoende steriele lubricant (lidocaïnegel 2%) om wrijving te minimaliseren
  • Kies de kleinst mogelijke CH-maat die adequate drainage waarborgt
  • Breng de katheter voorzichtig in zonder forceren; bij weerstand stop je en overweeg een Tiemann-katheter
  • Vul de ballon pas na bevestiging van urineflow om ballonvulling in de urethra te voorkomen
  • Fixeer de katheter aan het bovenbeen (mannen) of abdomen (vrouwen) om tractie te voorkomen
  • Bij prostaathypertrofie of bekende urethrastrictuur: gebruik een Tiemann-katheter met gebogen tip

4. Lekkage naast de katheter

Oorzaak

Lekkage ontstaat door blaasspasmes, katheterobstructie, te kleine katheterdiameter, ballonmigratie naar de urethra, of blaasoverdistensie. Bij langdurige katheterisatie kan de blaascapaciteit afnemen waardoor lekkage optreedt bij kleine vulling.

Management

  • Controleer eerst op katheterobstructie door stolsels of encrustatie en spoel indien nodig
  • Verifieer dat de ballon correct gevuld is (5-10 ml) en niet te veel (>15 ml), wat spasmes kan veroorzaken
  • Bij blaasspasmes: overweeg anticholinergica zoals oxybutynine of tolterodine na overleg met arts
  • Overweeg een grotere katheterdiameter (bijv. van CH 14 naar CH 16) bij persisterende lekkage
  • Zorg voor regelmatige lediging van de opvangzak om blaasoverdistensie te voorkomen
  • Bij chronische lekkage: herbeoordeel de indicatie en overweeg alternatieven zoals intermitterende katheterisatie

5. Ballonruptuur en katheterretentie

Oorzaak

Ballonruptuur ontstaat door materiaalveroudering bij langdurige katheterisatie, gebruik van aqua destillata in plaats van fysiologisch zout, of mechanische beschadiging. Bij ruptuur kan de katheter niet verwijderd worden of blijven fragmenten achter in de blaas.

Herkenning en management

Bij verwijdering van de katheter voel je geen weerstand na ballonlediging, of je ziet dat er minder vloeistof uit de ballon komt dan erin ging. Bij katheterretentie door ballonruptuur: probeer de ballon verder te lediging met een grotere spuit, overweeg doorprikken van de ballon via suprapubische route onder echogeleiding (alleen door ervaren arts), of cystoscopische verwijdering. Verwijs bij twijfel naar de uroloog.

Preventie

  • Gebruik altijd fysiologisch zout voor ballonvulling; aqua destillata kan osmotische ruptuur veroorzaken
  • Wissel katheters tijdig volgens het materiaal: PVC 7-14 dagen, latex 4-6 weken, siliconen 8-12 weken
  • Vul de ballon met het aanbevolen volume (meestal 5-10 ml); overvulling verhoogt het risico op ruptuur
  • Documenteer het ballonvolume in het patiëntendossier voor correcte lediging bij verwijdering

6. Blaasspasmes

Oorzaak

Blaasspasmes zijn onwillekeurige contracties van de blaasmusculatuur als reactie op de aanwezigheid van de katheter, ballonirritatie van de blaaswand, of katheterobstructie. Ze komen vooral voor in de eerste dagen na katheterinbreng en na urogenitale chirurgie.

Herkenning

Plotselinge suprapubische pijn of krampen, aandrang om te plassen ondanks de katheter, lekkage naast de katheter tijdens spasmes, en onrust bij de patiënt. Spasmes kunnen leiden tot katheterobstructie door afknikken van het lumen.

Management

  • Leg de patiënt uit dat spasmes normaal zijn en meestal binnen enkele dagen verminderen
  • Controleer op katheterobstructie en spoel indien nodig om irritatie door blaasoverdistensie te voorkomen
  • Overweeg anticholinergica zoals oxybutynine 2,5-5 mg 2-3x/dag bij persisterende spasmes
  • Verminder het ballonvolume naar 5 ml (in plaats van 10 ml) om irritatie te minimaliseren
  • Zorg voor adequate pijnstilling en overweeg niet-medicamenteuze interventies zoals warmte op het abdomen

7. Urethrastrictuur (late complicatie)

Oorzaak

Urethrastricturen ontstaan door littekenvorming na herhaald urethratrauma, langdurige katheterisatie (>30 dagen), gebruik van te grote katheterdiameter, of ischemie door druk van de katheter op de urethrawand. Het risico neemt toe bij mannen en bij gebruik van latex katheters.

Herkenning

Urethrastricturen manifesteren zich weken tot maanden na katheterverwijdering met symptomen zoals verminderde urinestraal, moeite met starten van de mictie, naplassen, en recidiverende urineweginfecties. Diagnose wordt gesteld met uroflowmetrie en urethrografie.

Preventie

  • Gebruik de kleinst mogelijke CH-maat die adequate drainage waarborgt
  • Kies bij langdurige katheterisatie (>2 weken) altijd voor 100% siliconen katheters
  • Verwijder de katheter zo snel mogelijk na indicatiestelling
  • Gebruik strikte aseptische techniek en voldoende lubricatie bij inbrengen
  • Overweeg intermitterende katheterisatie als alternatief voor langdurige verblijfskatheter
  • Informeer patiënten over symptomen van strictuur en adviseer follow-up bij klachten

8. Urosepsis

Oorzaak en risico

Urosepsis is een levensbedreigende systemische infectie die ontstaat wanneer een katheter-geassocieerde urineweginfectie zich verspreidt naar de bloedbaan. Het risico is verhoogd bij langdurige katheterisatie, diabetes mellitus, immunosuppressie, obstructie van de urinewegen en doorbreking van het gesloten drainage-systeem.

Herkenning

Koorts >38°C of hypothermie <36°C, tachycardie >90/min, tachypneu >20/min, verwardheid, hypotensie, en tekenen van orgaandisfunctie. Bij verdenking op urosepsis neem je direct bloedkweken en urinekweken af en start je empirische breedspectrum antibiotica volgens lokaal protocol.

Preventie

  • Alle preventieve maatregelen voor CAUTI (zie sectie 1) zijn essentieel voor urosepsis-preventie
  • Herken en behandel urineweginfecties vroeg voordat systemische verspreiding optreedt
  • Bij hoogrisicopatiënten (diabetes, immunosuppressie): extra alertheid op infectietekenen
  • Verwijder de katheter bij tekenen van infectie en overweeg tijdelijk intermitterende katheterisatie
  • Bij urosepsis: verwijder de katheter en breng een nieuwe in na stabilisatie en start antibiotica

Veelgestelde vragen over complicaties bij blaaskatheters

Wat is het verschil tussen asymptomatische bacteriurie en CAUTI?

Asymptomatische bacteriurie is de aanwezigheid van bacteriën in de urine zonder symptomen van infectie. Dit komt voor bij 100% van de patiënten na 30 dagen katheterisatie en vereist geen behandeling. CAUTI is een symptomatische infectie met koorts, verwardheid, suprapubische pijn of andere infectietekenen. Behandel alleen CAUTI met antibiotica; behandeling van asymptomatische bacteriurie verhoogt resistentie zonder klinisch voordeel.

Wanneer moet je een blaaskatheter spoelen?

Spoel een katheter alleen bij obstructie door stolsels of debris, niet routinematig. Gebruik 30-50 ml fysiologisch zout met een 50 ml spuit en spoel voorzichtig zonder forceren. Bij hematurie of na prostaatchirurgie gebruik je een 3-weg katheter voor continue blaasspoeling. Routinematig spoelen zonder indicatie verhoogt het risico op CAUTI door doorbreking van het gesloten drainage-systeem.

Hoe voorkom je urethratrauma bij katheterinbreng?

Gebruik voldoende steriele lubricant (lidocaïnegel 2%), kies de kleinst mogelijke CH-maat, breng de katheter voorzichtig in zonder forceren, en vul de ballon pas na bevestiging van urineflow. Bij weerstand stop je en overweeg een Tiemann-katheter met gebogen tip. Bij prostaathypertrofie of bekende urethrastrictuur gebruik je standaard een Tiemann-katheter. Fixeer de katheter aan het bovenbeen of abdomen om tractie te voorkomen.

Wat doe je bij lekkage naast de katheter?

Controleer eerst op katheterobstructie door stolsels of encrustatie en spoel indien nodig. Verifieer dat de ballon correct gevuld is (5-10 ml) en niet te veel, wat spasmes kan veroorzaken. Bij blaasspasmes overweeg anticholinergica na overleg met arts. Overweeg een grotere katheterdiameter bij persisterende lekkage. Zorg voor regelmatige lediging van de opvangzak om blaasoverdistensie te voorkomen.

Hoe herken je een katheter-geassocieerde urineweginfectie?

Bij gekatheteriseerde patiënten let je op koorts >38°C zonder andere focus, nieuwe verwardheid bij ouderen, suprapubische pijn, troebele of sterk geurende urine, en hematurie. Klassieke symptomen zoals dysurie zijn vaak afwezig. Asymptomatische bacteriurie vereist geen behandeling. Bij verdenking op CAUTI neem je urinekweek af en start je antibiotica volgens lokaal protocol na overleg met arts.

Conclusie: preventie begint bij indicatiestelling

Complicaties bij blaaskatheters zijn frequent maar grotendeels vermijdbaar. De basis van preventie ligt bij correcte indicatiestelling, strikte aseptische techniek, gebruik van een gesloten drainage-systeem en tijdige katheterverwijdering. Stel dagelijks de vraag of de katheter nog noodzakelijk is en documenteer de indicatie in het patiëntendossier.

Bij langdurige katheterisatie kies je voor 100% siliconen katheters, overweeg je intermitterende katheterisatie als alternatief, en volg je de WIP-richtlijnen voor infectiepreventie. Herken complicaties vroeg en grijp tijdig in om ernstige gevolgen zoals urosepsis of urethrastricturen te voorkomen. Investeer in scholing van het team over correcte katheterisatietechniek en complicatiemanagement.