Blaaskatheters zijn onmisbaar in de zorg, maar brengen aanzienlijke complicatierisico's met zich mee. Katheter-geassocieerde urineweginfecties (CAUTI) zijn de meest voorkomende zorginfectie en verantwoordelijk voor 15-25% van alle nosocomiale infecties. Daarnaast zie je regelmatig mechanische complicaties zoals obstructie, lekkage, urethratrauma en ballonruptuur.
De meeste complicaties zijn vermijdbaar door strikte aseptische techniek, correcte indicatiestelling en tijdige katheterverwijdering. In deze blog bespreken we de acht meest voorkomende complicaties bij blaaskatheters en geven we concrete handvatten voor preventie en management in de dagelijkse praktijk.
De meest voorkomende complicaties bij blaaskatheters zijn katheter-geassocieerde urineweginfecties (CAUTI), urethratrauma, katheterobstructie door stolsels of encrustatie, lekkage naast de katheter, ballonruptuur, blaasspasmes en urethrastricturen. CAUTI is de meest frequente complicatie en ontstaat door ascenderende bacteriële kolonisatie via het katheter-urethra interface. Preventie vereist strikte aseptische techniek, gesloten drainage-systeem en tijdige katheterverwijdering zodra de indicatie vervalt.
CAUTI ontstaat door ascenderende bacteriële kolonisatie langs de buitenzijde van de katheter of via het lumen bij opening van het drainage-systeem. Het risico neemt toe met 3-7% per dag dat de katheter in situ blijft. Belangrijkste risicofactoren zijn langdurige katheterisatie (>5 dagen), vrouwelijk geslacht, diabetes mellitus, hoge leeftijd, verminderde immuniteit en doorbreking van het gesloten drainage-systeem.
Bij gekatheteriseerde patiënten zijn klassieke symptomen van urineweginfectie vaak afwezig. Let op koorts >38°C zonder andere focus, nieuwe verwardheid bij ouderen, suprapubische pijn, troebele of sterk geurende urine, en hematurie. Asymptomatische bacteriurie komt voor bij 100% van de patiënten na 30 dagen katheterisatie en vereist geen behandeling tenzij er symptomen optreden.
Obstructie ontstaat door bloedstolsels na urogenitale chirurgie of hematurie, of door encrustatie met mineraalafzettingen (calciumfosfaat, magnesiumammoniumfosfaat) bij langdurige katheterisatie. Urease-producerende bacteriën zoals Proteus mirabilis alkaliseren de urine en versnellen kristalvorming. Obstructie leidt tot verminderde drainage, blaasoverdistensie en risico op urosepsis.
Verminderde of afwezige urineproductie in de opvangzak, suprapubische zwelling en pijn, lekkage naast de katheter, en onrust bij de patiënt. Bij volledige obstructie zie je geen urineflow ondanks adequate hydratatie. Palpeer de blaas suprapubisch om overdistensie te bevestigen.
Urethratrauma ontstaat door geforceerde katheterinbreng bij anatomische obstructie (prostaathypertrofie, urethrastrictuur), te grote katheterdiameter, onvoldoende lubricatie, of vullen van de ballon in de urethra in plaats van in de blaas. Langdurige katheterisatie kan druklaesies veroorzaken aan de urethra of blaaswand.
Bloedverlies via de meatus of in de urine tijdens of direct na katheterinbreng, pijn bij inbrengen, weerstand tijdens passage, en bloeding naast de katheter. Bij ernstig trauma zie je hematurie, urethrale zwelling of vorming van een vals traject (false passage).
Lekkage ontstaat door blaasspasmes, katheterobstructie, te kleine katheterdiameter, ballonmigratie naar de urethra, of blaasoverdistensie. Bij langdurige katheterisatie kan de blaascapaciteit afnemen waardoor lekkage optreedt bij kleine vulling.
Ballonruptuur ontstaat door materiaalveroudering bij langdurige katheterisatie, gebruik van aqua destillata in plaats van fysiologisch zout, of mechanische beschadiging. Bij ruptuur kan de katheter niet verwijderd worden of blijven fragmenten achter in de blaas.
Bij verwijdering van de katheter voel je geen weerstand na ballonlediging, of je ziet dat er minder vloeistof uit de ballon komt dan erin ging. Bij katheterretentie door ballonruptuur: probeer de ballon verder te lediging met een grotere spuit, overweeg doorprikken van de ballon via suprapubische route onder echogeleiding (alleen door ervaren arts), of cystoscopische verwijdering. Verwijs bij twijfel naar de uroloog.
Blaasspasmes zijn onwillekeurige contracties van de blaasmusculatuur als reactie op de aanwezigheid van de katheter, ballonirritatie van de blaaswand, of katheterobstructie. Ze komen vooral voor in de eerste dagen na katheterinbreng en na urogenitale chirurgie.
Plotselinge suprapubische pijn of krampen, aandrang om te plassen ondanks de katheter, lekkage naast de katheter tijdens spasmes, en onrust bij de patiënt. Spasmes kunnen leiden tot katheterobstructie door afknikken van het lumen.
Urethrastricturen ontstaan door littekenvorming na herhaald urethratrauma, langdurige katheterisatie (>30 dagen), gebruik van te grote katheterdiameter, of ischemie door druk van de katheter op de urethrawand. Het risico neemt toe bij mannen en bij gebruik van latex katheters.
Urethrastricturen manifesteren zich weken tot maanden na katheterverwijdering met symptomen zoals verminderde urinestraal, moeite met starten van de mictie, naplassen, en recidiverende urineweginfecties. Diagnose wordt gesteld met uroflowmetrie en urethrografie.
Urosepsis is een levensbedreigende systemische infectie die ontstaat wanneer een katheter-geassocieerde urineweginfectie zich verspreidt naar de bloedbaan. Het risico is verhoogd bij langdurige katheterisatie, diabetes mellitus, immunosuppressie, obstructie van de urinewegen en doorbreking van het gesloten drainage-systeem.
Koorts >38°C of hypothermie <36°C, tachycardie >90/min, tachypneu >20/min, verwardheid, hypotensie, en tekenen van orgaandisfunctie. Bij verdenking op urosepsis neem je direct bloedkweken en urinekweken af en start je empirische breedspectrum antibiotica volgens lokaal protocol.
Asymptomatische bacteriurie is de aanwezigheid van bacteriën in de urine zonder symptomen van infectie. Dit komt voor bij 100% van de patiënten na 30 dagen katheterisatie en vereist geen behandeling. CAUTI is een symptomatische infectie met koorts, verwardheid, suprapubische pijn of andere infectietekenen. Behandel alleen CAUTI met antibiotica; behandeling van asymptomatische bacteriurie verhoogt resistentie zonder klinisch voordeel.
Spoel een katheter alleen bij obstructie door stolsels of debris, niet routinematig. Gebruik 30-50 ml fysiologisch zout met een 50 ml spuit en spoel voorzichtig zonder forceren. Bij hematurie of na prostaatchirurgie gebruik je een 3-weg katheter voor continue blaasspoeling. Routinematig spoelen zonder indicatie verhoogt het risico op CAUTI door doorbreking van het gesloten drainage-systeem.
Gebruik voldoende steriele lubricant (lidocaïnegel 2%), kies de kleinst mogelijke CH-maat, breng de katheter voorzichtig in zonder forceren, en vul de ballon pas na bevestiging van urineflow. Bij weerstand stop je en overweeg een Tiemann-katheter met gebogen tip. Bij prostaathypertrofie of bekende urethrastrictuur gebruik je standaard een Tiemann-katheter. Fixeer de katheter aan het bovenbeen of abdomen om tractie te voorkomen.
Controleer eerst op katheterobstructie door stolsels of encrustatie en spoel indien nodig. Verifieer dat de ballon correct gevuld is (5-10 ml) en niet te veel, wat spasmes kan veroorzaken. Bij blaasspasmes overweeg anticholinergica na overleg met arts. Overweeg een grotere katheterdiameter bij persisterende lekkage. Zorg voor regelmatige lediging van de opvangzak om blaasoverdistensie te voorkomen.
Bij gekatheteriseerde patiënten let je op koorts >38°C zonder andere focus, nieuwe verwardheid bij ouderen, suprapubische pijn, troebele of sterk geurende urine, en hematurie. Klassieke symptomen zoals dysurie zijn vaak afwezig. Asymptomatische bacteriurie vereist geen behandeling. Bij verdenking op CAUTI neem je urinekweek af en start je antibiotica volgens lokaal protocol na overleg met arts.
Complicaties bij blaaskatheters zijn frequent maar grotendeels vermijdbaar. De basis van preventie ligt bij correcte indicatiestelling, strikte aseptische techniek, gebruik van een gesloten drainage-systeem en tijdige katheterverwijdering. Stel dagelijks de vraag of de katheter nog noodzakelijk is en documenteer de indicatie in het patiëntendossier.
Bij langdurige katheterisatie kies je voor 100% siliconen katheters, overweeg je intermitterende katheterisatie als alternatief, en volg je de WIP-richtlijnen voor infectiepreventie. Herken complicaties vroeg en grijp tijdig in om ernstige gevolgen zoals urosepsis of urethrastricturen te voorkomen. Investeer in scholing van het team over correcte katheterisatietechniek en complicatiemanagement.